Waarom “zorgen voor” en pensioen alles met elkaar te maken hebben, en wat je eraan kunt doen.
Van de week mocht ik op een podium iets vertellen over de pensioenkloof. Daarover later meer. Maar op de fiets naar huis realiseerde ik me iets: waar arbeid en pensioen hand in hand gaan, daar gaan “zorgen voor” en géén pensioen óók hand in hand.
We kunnen dus eigenlijk van twee dingen spreken: een pensioenkloof voor de dames, en een zorgkloof voor de heren.
Waar de scheefgroei begint
Ik liep er zelf tegenaan, en veel vrouwen om mij heen, nu of vroeger, ook: een scheve verdeling in de huishoudelijke taken en de zogenoemde “mental load”. Iets wat in het hier en nu misschien klein lijkt, maar dat over dertig jaar resulteert in een fors pensioentekort.
En dat terwijl pensioen van oorsprong juist een praktische aard kent, maar wel door zorg wordt gekenmerkt.
Pensioen begon als particulier initiatief
Het Nederlandse pensioen begon als een particulier initiatief: in 1881, bij de ondernemende gebroeders Stork. Hun gedachtegoed werd treffend omschreven. Voor een machine leggen we geld opzij om hem aan het einde van zijn levensduur te kunnen vervangen. Voor de mens hoort aan het einde van zijn werkzame leven geld gespaard te zijn, zodat hij de rest van zijn leven ongeveer dezelfde welvaart kan behouden.
Met andere woorden: zorgen voor je oude dag werd vanaf het begin als iets vanzelfsprekends gezien. De vraag is alleen: voor wie pakt dat vandaag de dag goed uit?
Fast forward naar 2026
We leven in een maatschappij waarin vrouwen steeds meer geëmancipeerd zijn en waarin scheiden de afgelopen decennia steeds vaker voorkomt.
Het recht om zélf te kiezen of je bij een partner blijft, is verworven, en dat is precies dat: een recht. Maar daarmee is ook de klassieke bescherming van het huwelijk weggevallen. In het oude model, met het gezin als hoeksteen van de samenleving en de man als kostwinner, leverde dat huwelijk de vrouw indirect een woon- en leefrecht én inkomsten op. Die vanzelfsprekende bescherming is er niet meer.
Tegelijkertijd hebben veel vrouwen nog altijd een deeltijd dienstverband, vaak omdat zij grotere zorgtaken dragen dan hun mannelijke partner. En wie in deeltijd werkt, bouwt navenant ook maar een deeltijdpensioen op.
Het probleem in één zin
En daar wringt het. Want het is overduidelijk: anno nu kun je van een deeltijdpensioen niet meer rondkomen, laat staan een huis kopen.
De cijfers liegen er niet om:
40% van de vrouwen in Nederland is financieel afhankelijk van een partner of de overheid (bron: CBS StatLine, 2023).
En het inkomen van Nederlandse moeders daalt gemiddeld met 35% na het krijgen van een kind (bron: CBS Emancipatiemonitor).
Waar ik vóór stem
Voor de dames: heel veel particulier initiatief. Kijk actief naar je eigen pensioen. Er is namelijk bijna altijd meer te doen dan je denkt, denk aan je jaarruimte en reserveringsruimte en gewoon: DOEN.
Voor de heren: maak, wanneer er baby’s komen, écht gebruik van dat geboorte- en ouderschapsverlof. Het levert je de maximale band met je kindje op én je leert zorgen.
Want ondanks aanhoudende conservatieve geluiden: wij vrouwen worden ook niet gebore met “zorg super power”, wij leren het door te doen. En ook jullie zijn daar hartstikke goed in, als je het maar oefent en doet.
Tot slot
Zorgen voor een ander is goed. Maar alleen je AOW is geen goed idee.
Dus: ga meer doen met je poen en fix je pensioen.


